Heb je die allemaal gelezen?

Ik heb aardig wat boeken. Als iemand ons bedrijf bezoekt, dan is één vraag onvermijdelijk: “Heb je die allemaal gelezen?”

Het antwoord is dan “Neen, natuurlijk niet.”

Vroeger vond ik dat een vervelende vraag. Ik was er dan van overtuigd dat mensen dachten dat ik wou uitpakken of a fraud was. Een valsspeler. Een dikdoener. Een poseur.

Ondertussen ben ik eruit dat een boekenkast met ongelezen boeken geen schande is. Hij houdt je nederig en herinnert je dagelijks aan wat je allemaal nog niet weet.

Beide voetjes op de grond.

Wat als…?

Als ik iets onderneem, dan plan ik to fail. Planning to fail bereidt je voor op de (soms bittere) realiteit. Als je een plan hebt als de hel losbarst, dan reageer je niet reactief, ondoordacht of onbewust. Je gaat met vertrouwen door met je plan, omdat je weet dat dit kon gebeuren. Accident de parcours.

Ik doe dat met de klassieker IF > Then. Ik noteer dan een reeks scenario’s, waarvan ik hoop dat ze enkel theorie blijven, maar die wel tot de mogelijkheden behoren. Ik werk voor elk van de scenario’s de eerste acties uit en hou ze achter de hand.

Als je rekening houdt met die tegenslagen, en weet welke stappen je zal ondernemen, dan hou je nog steeds (het gevoel van) controle over het scenario. Zo vermijd je bijkomende stress of paniek bij een tegenslag. Die maakt namelijk een onderdeel uit van het plan. All in a days work.

Ik moest denken aan die ‘Wat als…?’ omdat ik al enkele dagen aan mensen de volgende vraag stel.

“Wat als je voor eeuwig geband bent van het internet. Hoe zou je dan je dagen (anders) doorbrengen?”

Voorlopig zonder veel intrigerende antwoorden te krijgen, maar ik blijf op zoek.

Zwart of wit, nooit grijs

Dit advies van choreografe Martha Graham tegen een jonge danseres bracht me vanochtend tot stilstand.

“But,” I said, “when I see my work I take for granted what other people value in it. I see only its ineptitude, inorganic flaws, and crudities. I am not pleased or satisfied.”

“No artist is pleased.”

“But then there is no satisfaction?”

“No satisfaction whatever at any time,” she cried out passionately. “There is only a queer divine dissatisfaction, a blessed unrest that keeps us marching and makes us more alive than the others.”

Kleine dingen worden groot

Er zijn weinig problemen die groot beginnen. De meeste problemen beginnen als iets kleins. Futiel.

Eén kopje dat je niet meteen afwast. Eén paar sokken dat blijft liggen. Eén bonnetje dat je niet hebt gescand. Eén training die je overslaat.

Voor je er erg in hebt, is je keuken is een puinhoop, ligt je huis vol rommel, ben je uren op zoek naar bonnetjes en zit je thuis in de zetel je af te vragen waarom je uit vorm bent.

De meeste dingen zijn makkelijk aan te pakken als ze nog klein zijn. Door dat niet te doen, laten we toe dat het grote problemen worden. In huis, relaties en organisaties.

Small things become big things always.

Mag het een beetje meer zijn?

Om de 17 dagen gebruik ik de shredder. Het is altijd een reminder dat oude gewoontes niet snel roesten. Ik hou wel van een streepje risico. Ik negeer dan ook het maximaal aantal bladen dat ik er tegelijk mag insteken.

Tien bladen kan die oude rakker aan, maar ik probeer dan bijvoorbeeld 12 standaardpagina’s. Of 7 kartonnen. Ik doe het enkel voor dat overheerlijke gevoel wanneer het toch lukt. Waardoor ik bovendien zo’n 25 seconden tijd bespaar en het systeem mijn grote gelijk bewijs. De wereld is dan mijn oester.

In meer dan de helft van de gevallen loopt het echter mis. De shredder loopt dan helemaal vast. Het duurt dan enkele minuten om alles losgewrikt te krijgen terwijl het papierstof door de kamer vliegt.

Toch probeer ik het volgende keer opnieuw. Het voelt gewoon te goed.

Mag het een beetje minder zijn?

Veel dingen in het leven vinden we vanzelfsprekend. Vrienden. Werk. Kinderen. Airpods Pro. Eens verworven liggen we er niet meer wakker van. Zijn er niet dankbaar voor.

Het minimalisme probeert daar een mouw aan te passen door enkel bepaalde dingen toe te laten in je leven of een maximaal aantal bezittingen te hebben. Waarbij je het leven meer beschouwt als een museum dan een kringloopwinkel.

Een andere benadering om je geluk en dankbaarheid te vergroten is mental subtraction. Het houdt in dat je de goede dingen uit je leven wegdenkt. Bovendien werkt het instant.

Onderzoek toont aan dat de afwezigheid van een positieve gebeurtenis in je leven een krachtiger effect op je heeft dan alleen maar terugkijken op die positieve gebeurtenis.

Door je voor te stellen dat de belangrijke dingen en mensen in je leven niet bestaan, kun je echt gaan waarderen wat je hebt. Voor objecten ben je dankbaarder als je je leven voorstelt zonder die objecten, dan als je terugdenkt aan het geluk of plezier toen je ze kocht.

Hetzelfde geldt voor prestaties of verwezenlijkingen waar je trots op bent. Die marathon die je liep. Dat artikel dat gepubliceerd werd. Dat concept dat je in de wereld zette. De reis die je maakte. Door je voor te stellen dat ze nooit hebben plaatsgevonden, kun je zien welke weg je hebt afgelegd. Hoe ze je leven beter gemaakt hebt, of anders.

Ik gebruik mental subtraction als volgt om mijn dankbaarheid te vergroten. Als ik merk dat ik klaag over iets, dan beeld ik me in dat waarover ik klaag weg is. Uit mijn leven verwijderd. Klagen over de job? Job is weg. Klagen over werknemers? Ze zijn allemaal weg. Klagen over de regen? De regen voor altijd weg. (Voor sommigen zou dat nog niet zo slecht klinken.) Klagen over de file? Mijn auto weg. Klagen over het huis. Huis weg.

Zo ervaar je de emoties alsof die dingen er niet meer zouden zijn. En dat maakt, voor mij, een wereld van verschil om mijn dankbaarheid en geluk te vergroten. En minder te klagen.

Bel me, schrijf me

Mensen die me bellen, kunnen het vast beamen. In 90% van de gevallen neem ik niet op. Doorgaans is dat omdat ik het geluid heb afstaan, mijn gsm bewust uit de kamer houd of omdat ik verstrengeld zit in een digital declutter. Of een combinatie van voorgaande.

Dat ik zo weinig mijn telefoon opneem, is verrassend. Ik bel nochtans razend graag. Als je telefoneert, is er geen afleiding van de omgeving. Van de mimiek. Van de blikken. Van de toevallige passanten. Er is focus. Eén persoon. Eén stem.

De combinatie van focus en afstand zorgt voor andere gesprekken. Opener. Directer. Dieper. Minder nuances. Meer ideeën. Meer slagen.

Zoals in het tennis moet je de slagen van de tegenstander terug over het net krijgen. Anders valt het gesprek dood. Hoe beter je tegenstander, hoe beter de rally’s. Hoe helderder de uitkomst van het gesprek.

Een interessant, vloeiend telefoongesprek is ook werken. Nooit vrijblijvend. Het moet voor beide partijen interessant zijn en blijven. Er is namelijk niets te zien. Niets anders te beleven. Enkel een kudde overstekende woorden. Die hopen op begrip, herkenning of tegenspraak.

Wat ook zo leuk is aan bellen, is dat je er makkelijk onderuit kan. Je hangt er geen uren aan vast. Als het begint tegen te steken of het interessante gedeelte voorbij is, dan haak je in. Je hoort elkaar later wel weer. Wanneer er iets boeiend is om te vertellen.

Soms al na tien minuten. Soms pas na drie maanden. En dat vindt deze vrijblijvende beller meer dan ok.